Compensatie

De kleine man in de te strakke broek met de te hippe schoenen en het gedateerde windjack staat erkenning te eisen van het meisje bij de kassa. Hij houdt de boel op omdat hij zijn gelijk wil halen. Hij is duidelijke boos. Dat is hij al jaren. Hij weet dat alleen niet. Hij beseft niet dat wat hij doet niet alleen heel kinderachtig is maar ook erg onbeschoft. Hij vindt gewoon dat de hele wereld alles altijd verkeerd ziet, inclusief het kassameisje tegen wie hij staat te schreeuwen. Het is mede haar schuld dat hij de dupe is van de onrechtvaardigheid van het noodlot. Hij eist een permanente genoegdoening. Alleen al voor het feit dat hij geboren is. Hij vindt dat hij daar recht op heeft.

In een rij wordt hij letterlijk over het hoofd gezien en hij is altijd net te laat voor de promotie. Met Kerst krijgt hij altijd als laatste het cadeautje en het is ook nooit het cadeautje dat hij wil.

Zijn vrouw is niet echt blond en ze is net te dik om slank genoemd te kunnen worden. Zijn broers zijn jarig in februari en april en dan komt altijd iedereen. Hij is jarig in juli en dan is iedereen op vakantie. Zijn huis staat op een hoek maar niet vrij en hij deelt de oprit met een bejaard stel die in een gloednieuwe Toyota rijden. Die detoneert met zijn sportauto. Een derde hands Hyundai Coupe waarvan de lak zichtbaar beschadigd is.

De kleine man heeft alles en het is nooit genoeg. Daarom heeft hij niets behalve zijn boosheid. Dat is zijn compensatie voor wat hem ontbeert. Hij vergeet dat hij een vrouw heeft die er goed uit ziet en die veel van hem houdt. Die hem elk jaar met Kerst probeert te verwennen met het fijnste cadeau. Hij ziet niet dat zijn broers gek op hem zijn en dat zijn ouders trots op hem zijn omdat hij zo veel bereikt heeft; een goede baan, een prachtig hoekhuis en zo maar zo’n snelle auto erbij. De kleine man meet de waarde van zijn bezit af aan de angst in hemzelf. De angst om niets voor te stellen, om alleen te zijn en vergeten te worden.

Want hij heeft geen flauw idee wie hij is.

Dus schreeuwt hij tegen iedereen. En het is niet zijn boosheid die shockeert maar de eenzaamheid waarin hij verkeert.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *